De geschiedenis van de schilderkunst

Je kunt je afvragen hoe de schilderkunst ooit is begonnen. En dan hebben we het natuurlijk niet over prehistorische rotstekeningen.

Welnu, het fresco is een van de oudste technieken. In de Middeleeuwen werden fresco’s aangebracht op muren en plafonds van kerken. Ze losten de aloude mozaïeken af. Later kwam het brandschilderen van kerkramen erbij. Vanaf die ontwikkelingen volgt er een veelheid aan trends in de schilderkunst. Een overzicht in vogelvlucht.

Byzantijnse kunst

Zeer oud is de Byzantijnse kunst. Strak van compositie en zeer symmetrisch. Men begon er al mee in de vierde eeuw.
In onze streken brachten monniken in oude handschriften miniaturen aan, geschilderde illustraties die vaak in kapitalen (hoofdletters aan het begin) van teksten voorkwamen. In de kerk doken steeds vaker iconen op en dat zijn op hout geschilderde religieuze afbeeldingen.

Nadat de olieverf is uitgevonden in de vijftiende eeuw, schilderden kunstenaars voortaan niet alleen op hout maar ook op schilderslinnen.

Middeleeuwen

De middeleeuwse beschaving stoelde op drie peilers: de Grieks-Romeinse cultuur, het christelijk geloof en de oude Germaanse tradities. De meeste bewaard gebleven middeleeuwse schilderkunst omvat theocentrische (= op God gerichte) taferelen, doorgaans ongesigneerd.

De Gotiek die aan het eind van de Middeleeuwen ontstond ging al meer naar de schilderkunst die meer dan religieuze thema’s afbeeldde. Tevens ontstond in die tijd het weergeven van het juiste perspectief.

Renaissance

In de Renaissance ontstaat echter de echt antropocentrische (= op de mens gerichte) schilderkunst met als zeer bekende Nederlandse vertegenwoordigers Rembrandt, Vermeer en Jan Steen. In Italië – de bakermat van de Renaissance – gingen zeer beroemde schilders als Rafaël, Michelangelo en Leonardo da Vinci hen voor.

Rembrandt ontwikkelde zich als clair-obscuur schilder. Hij past net als Frans Hals en Peter-Paul Rubens ook in de Barok. De Barok werd gekenmerkt door trefwoorden als beweeglijkheid, overdaad en pracht. Kleurcontrasten speelden een belangrijke rol, dus ook licht-donker.

De Rococo volgde hetzelfde stramien maar dan minder zwaar en nog overdadiger. Daarna onderscheiden we diverse ontwikkelingen, zoals het Caravaggisme, een revolutionaire stroming à la de Italiaanse meesterschilder Caravaggio.
Na de Renaissance volgde het Classicisme. De Grieken en Romeinen vormden het grote voorbeeld. De kleuren waren koel en de lijnen uiterst zuiver.

Als weerwoord kwam de Romantiek op, een periode waarin eigenlijk alles kon. Liefst zo irrationeel mogelijk. Vervolgens onderscheiden we het realisme. Het dagelijks leven werd onderwerp – dus eigenlijk was Jan Steen zijn tijd ver vooruit.
Als reactie hierop – de ontwikkelingen in de kunst volgen een sinusgrafiek – ontstond het Impressionisme uit de negentiende eeuw. Zon, lucht en licht werden belangrijk om de indruk (= impressie) die een object of tafereel maakte weer te geven met de kwast. Van Gogh, Cézanne, Manet, Renoir en Monet werden er ware meesters in.

Expressionisme

Als sinusreactie ontstond in de twintigste eeuw het Expressionisme. Het bood de schilder de mogelijkheid zijn gevoelens te verbeelden. De emotie van de schilder kwam dus centraal te staan. De beleving van de wereld werd subjectief.

Reacties op deze nieuwe stroming waren het Kubisme en het Surrealisme. Salvador Dali was een van de belangrijkste surrealisten. Kenmerk is dat de afzonderlijke elementen van een schilderij tamelijk realistisch waren maar de combinatie tot één geheel beslist niet.

Twintigste eeuw

In de twintigste eeuw ontstond er een veelheid van schilderskunstrichtingen. Een van de belangrijkste daarvan was de abstracte schilderkunst. Mondriaan, Toorop, Karel Appel en ga zo maar door vestigden hun reputatie met hun eigen, typische stijl van schilderijen. Waar kunsthistorici ze ook bij indeelden, het maakte niet uit. Ze schilderden en tekenden wat ze mooi vonden.
Om nog even op het materiaal terug te komen. Olieverf kan een schilder nog altijd gebruiken maar acrylverf is een synthetische verf die kenmerk is van de moderne tijd. Daarnaast worden in de moderne kunst zogenaamde mised media gebruikt op schilderijen en wordt er gebruikt gemaakt van spuitver, zoals in schilderijen zoals die in de stijl van Herman Brood.

Een reactie plaatsen